Categorieën
Dialoog Persoonlijke ontwikkeling Vital Space Waardecreatie

De Ware Communie

— wat een gesprek verheldert dat alleen-zijn niet kan

Onlangs had ik een lang gesprek met mijn goede vriend en medemusicus Jaap. Geen interview, geen sessie, gewoon twee mensen die aan de keukentafel over iets gingen praten waar ze allebei al langer mee liepen. Ik heb het opgenomen en uitgeschreven, en toen ik het terug las dacht ik: dit is een schoolvoorbeeld van wat er kan gebeuren als je een gedachte niet in je eentje probeert uit te denken, maar hem hardop met iemand deelt.

Het startpunt: denken, voelen, willen

Jaap was zich aan het verdiepen in een tekst van Rudolf Steiner over de drie ziele-kwaliteiten: denken, voelen en willen. Ze spelen altijd door elkaar heen, maar — en dat is het punt — alleen het denken is de instantie waar je zelf via je IK de stuurman van bent. Voelen en willen overkómen je; ook al zijn ook zij dus een gevolg van wat je denkt.

Dat opende meteen een mooie vraag: als je met je IK alleen via je denken direct toegang hebt tot jezelf (je ziel), heb je dan dus ook hooguit indirect toegang tot je voelen en willen — via de gedachte die eraan voorafgaat?

De zin die het gesprek zijn titel gaf

Daarna citeerde Jaap een zin van Steiner die me sindsdien is bijgebleven:

“Het gewaarworden van de idee in de werkelijkheid is de ware communie van de mens.”

Communie, legde hij uit, in de betekenis van eenwording met de geest. Niet het ritueel op zondagmorgen, maar het moment waarop je een idee daadwerkelijk gewaarwordt in de werkelijkheid — waarop het je vol te binnenschiet en je het helemaal snapt, niet alleen met je hoofd.

Dat zinnetje bracht Jaap bij een oprechte twijfel waar hij al langer mee zat: is iemand die bijvoorbeeld als priester tot een bepaalde rol of taak “gewijd” is daardoor een ander soort mens, met andere vermogens, dan jij en ik? Of is veel van wat we geloof noemen eigenlijk gewoon wensdenken en een surrogaat voor iets dat je ook zelf zonder tussenkomst direct in verbinding met de geestelijke wereld zou kunnen ervaren? 

Mijn antwoord: twee werelden, parallel aan elkaar

Ik heb toen geprobeerd te verwoorden hoe ik daar zelf naar kijk. Er is de beleefde geworden wereld aan de oppervlakte — die we kunnen zien en vastpakken. Maar daaraan parallel en op hetzelfde moment, is er de wordende wereld: de wereld waarin de dingen aan het ontstaan zijn. Die zien we niet rechtstreeks, we zien alleen het resultaat.

Toegang tot die wordende wereld krijg je niet automatisch. Sommige mensen hebben er toegang toe — als ze geïnspireerd zijn, als dichter, als componist. Kunstenaars. Wie werkelijk als doorgeefluik kan fungeren, heeft volgens mij precies dáár toegang toe gekregen. Dat is geen garantie voor wie de rol of titel draagt, maar je hebt wel een grotere kans dat je iemand tegenkomt die echt iets kan doorgeven, in plaats van alleen de juiste woorden kan uitspreken of de juiste toetsen kan aanslaan.

De echte pointe

Waar het gesprek me het meest bij bracht, was niet eens de inhoud — het was de vorm. Op een gegeven moment zei ik tegen Jaap dat ik notoir slecht ben in dit soort dingen in mijn eentje doen, hoezeer ik ook voorstander ben van zelluf-doen. Maar in een gesprek, met iemand tegenover me, vloeit het vanzelf. De inzichten varen als het ware naar binnen. Dat is het geheim van een ontmoeting, van een dialoog.

En dat is precies waarom ik dit gesprek nu deel: het is zelf het bewijs van de stelling. Twee mensen, geen agenda, alleen nieuwsgierigheid — en aan het eind lag er iets op tafel dat er bij het begin nog niet was. Niet omdat een van ons het al wist en het uitlegde, maar omdat het ontstond tussen ons in.

Dat is misschien wel de meest praktische vorm van “ware communie” die ik ken.